Woordenlijst
Begrippen rond controllers uitgelegd
Een overzicht van termen die je tegenkomt bij het werken met controllers. Bij elke term staat een uitleg en - in een blokquote - wat we er in gewone taal mee bedoelen.
A
- ACL (Access Control List)
Toegangscontrole via de controller. Met ACL aan checkt hij of een NFC-kaart mag; met ACL uit worden kaarten wel gescand maar niet gevalideerd. De ACL-prioriteit bepaalt of hij eerst lokaal kijkt of Tillor online raadpleegt.
De controller kijkt in een lijst of jouw kaart mag. Die lijst heet de ACL.
- Adoptie
Het koppelen van een controller aan je organisatie in Tillor. Na adoptie ontvangt de controller de juiste instellingen en kan hij verbinding maken met Tillor.
Je zegt in Tillor 'deze controller is van ons'. Daarna kent de controller je organisatie en werkt hij mee.
- API
Het online raadplegen van Tillor bij toegangscontrole. Bij **API eerst** vraagt de controller altijd Tillor; bij **Lokaal eerst** doet hij dat pas als de kaart lokaal niet staat.
De controller vraagt Tillor online of een kaart mag. Dat online vragen noemen we de API.
C
- Controller
Het fysieke kastje dat op je park staat. De controller leest NFC-kaarten, controleert toegang en communiceert met Tillor.
Het kastje bij de ingang waar je je kaart tegen houdt.
- Credentials
Inloggegevens of verbindingsgegevens. Na adoptie ontvangt de controller automatisch de juiste credentials om met Tillor te verbinden.
De inloggegevens waarmee de controller na adoptie veilig met Tillor verbindt. Die krijgt hij automatisch - je hoeft niets in te vullen.
E
- eFuse ID (Electronic Fuse ID)
Een uniek identificatienummer dat in de hardware van de controller is opgeslagen. Elke controller heeft een ander eFuse ID - daarmee herkent Tillor welk kastje het is.
Het vingerafdruknummer van het kastje. Net als een serienummer, maar ingebakken in de chip.
F
- Firmware
De software die op de controller draait. Via firmware-updates krijgt de controller nieuwe functies en verbeteringen.
Het programma in het kastje. Net als je telefoon die een update krijgt.
L
- LED-ring
De gekleurde ring rond de controller. De kleuren laten zien wat de status is: verbonden, zoeken, fout, enz.
De lampjes tonen de status: groen = klaar voor gebruik, oranje = verbinden of kaart op de lezer, rood = update of herstart.
N
- NFC
Near Field Communication - de techniek waarmee de controller kaarten en sleutelhangers leest. Je houdt de kaart tegen de lezer om te scannen.
De manier waarop de controller je kaart leest. Je houdt de kaart ertegenaan - geen streepjescode of pincode.
O
- OTA (Over-The-Air)
Updates via het internet, zonder dat je iets hoeft aan te sluiten. De controller downloadt en installeert nieuwe firmware automatisch.
Het kastje haalt zelf nieuwe software op via internet. Je hoeft niets te doen - het gebeurt vanzelf.
R
- Relais
Een schakelaar in de controller waarmee je een barrière of ander apparaat kunt aansturen.
Een knop in het kastje die je barrière kan openen of sluiten.
T
- Tillor
Het parkbeheerplatform. De controller verbindt met Tillor om toegang te controleren en gegevens uit te wisselen.
Het programma waar jij in werkt - op je computer of tablet. De controller praat daarmee.
U
- Updatevenster
Het tijdsvenster waarin de controller mag updaten (bijv. tussen 02:00 en 04:00). Buiten dit venster worden geen updates uitgevoerd.
Je kiest zelf wanneer het kastje mag updaten. Bijvoorbeeld alleen 's nachts, zodat overdag niemand er last van heeft.